zondag 30 januari 2011

100 dagen Dante (35): Waar de menselijke ziel zich loutert

Hoe enorm opgelucht Dante is, nadat hij en Vergilius de hel verlaten hebben, blijkt meteen uit het begin van de tweede deel (Purgatorio, canto I):

Nu ik met het schip van mijn geest een zo wrede zee achter mij heb gelaten, hijs ik de zeilen om koers te zetten over beter water. En ik zal zingen van het tweede rijk, waar de menselijke ziel zich loutert en waardig wordt bevonden om ten hemel op te stijgen. Laat de dode poëzie hier weer tot leven komen, o heilige Muzen, want u behoor ik toe.
            (Vertaling: Frans van Dooren)

Merk op dat Dante expliciet spreekt van zingen, zijn “hoofdstukken” heten canti (enkelvoud: canto), wat te vertalen is met gezang. Het vestigt nog maar eens de aandacht op het feit dat Dante zelf zich plaatst in de traditie van de epische dichtkunst, die in Europa ooit begon met de beroede regel van Homeros: “Zing, o muze, over de wrok van Achilles”.

We zijn dus in het tweede deel, dat Purgatorio is genaamd. Het purgatorium in de christelijke leer is de locatie waar de zielen na de dood – althans de zielen die niet voor eeuwig verdoemd zijn – een tijdje in het vagevuur lijden om zich te laten reinigen van alle zonden. Dit kan alleen voor zonden die niet behoren tot de 7 doodzonden. Het boekdeel uit de Divina Commedia wordt afwisselend vertaald met Vagevuur (bijv. Christinus Kops) of Louteringsberg (bijv. Frans van Dooren). Omdat het bij Dante specifiek om een berg gaat die hij beklimt, zullen we hier steeds spreken van Louteringsberg, tenzij bepaalde passages specifiek aanleiding geven om te spreken over vagevuur.

Purgatorio bestaat net als het voorafgaande Inferno als het erop volgende Paradiso uit 33 zangen – om in totaal op 100 te komen, heeft Inferno nog een extra “voorzang” (die zich dan ook niet in de hel zelf afspeelt). In de 33 zangen die zullen gaan volgen, komen we dus wederom zondaars tegen van diverse pluimage (een aantal typen herkennen we uit de hel), zij het dat deze niet eeuwig verloren zijn, maar door (verdere) uitboeting van hun zonden het paradijs kunnen bereiken. De indeling is als volgt:

  • Strand: nalatigen
    • 1e schare: geëxcommuniceerden
    • 2e schare: op het laatste moment bekeerden
    • 3e schare: gewelddadig omgekomenen
    • 4e schare: vorsten
  • Toegangsgebied, poort
  • Zeven “ommegangen”:
    • 1: trotsen
    • 2: afgunstigen
    • 3: toornigen
    • 4: tragen
    • 5: gierigaards / verspillers
    • 6: vraatzuchtigen
    • 7: wellustigen
  • Lethe – Eunoë à aards paradijs

In canto I zien Dante en Vergilius dus weer het licht, en ze blijken zich op een eiland te bevinden, waar ze een grijsaard aantreffen. Het zou hier gaan om een zekere Cato uit het Noord-Afrikaanse Utica die de vrijheid verkoos en zelfmoord pleegde om onder de dictatuur van Julius Caesar uit te komen. Het is opvallend dat hij dus als zelfmoordenaar niet in de hel is gestraft, maar dat zou volgens de commentatoren te maken hebben met zijn consequente keuze voor de vrijheid, zie bijvoorbeeld de woorden die Vergilius richt tot Cato: “want het was voor u geen zware opgave om ter wille van die vrijheid te sterven in Utica, waar gij het stoffelijk omhulsel hebt achtergelaten dat op de dag des oordeels met zoveel luister zal zijn omgeven”. Ooit heeft Cato samen met zijn geliefde Marcia in de limbus (het voorgeborchte van de hel) gezeten, maar op een bepaald moment in de geschiedenis (zo willen bepaalde tradities het) zou Christus ter helle zijn afgedaald en een aantal zielen hebben bevrijd, waaronder deze Cato.

Op de vraag van deze Cato wat ze komen doen en of misschien de wetten van de afgrond zijn verbroken, antwoordt Vergilius heel uitgebreid wat het doel is van hun tocht. Hij vertelt van de vrouw uit de hemel (Beatrice) die hem heeft verzocht deze nog niet gestorvene, Dante dus, weer op het goede pad te brengen:

Mijn metgezel hier heeft zijn laatste levensavond nog niet aanschouwd, maar in zijn verdwazing is hij er zo dichtbij geweest dat hij maar nauwelijks aan de dood kon ontsnappen. Ik werd, zoals ik al zei, naar hem toegestuurd om hem te redden. En er stond daartoe voor hem geen andere weg open dan deze die ik ben gegaan. Nadat ik hem de verdoemden heb laten aanschouwen, ligt het nu in mijn bedoeling hem de zielen te tonen die onder uw leiding worden gelouterd.
(Vertaling: Frans van Dooren)

Cato geeft hun instructies om zich voor te bereiden op de tocht over de Louteringsberg, zodat ze met rein gelaat straks de poortwachters van het paradijs (engelen) kunnen aanschouwen. Vergilius weet wat hij moet doen en leidt Dante over een vlakte omlaag naar de plek waar hij de helledamp van gezicht kan wassen. Daarna bereiken ze het verlaten strand van de zee “waarop nooir een mens had gevaren die vervolgens weer terug had kunnen keren”. Dante krijgt een gladde bies om zijn hoofd gebonden en is dan klaar om de reis te aanvaarden.

Aantekeningen

Onderweg stuitte ik op interessante, Engelstalige blogspot waarin iemand verslag doet van zijn ervaringen met het lezen van Dante: http://tselfoninternets.blogspot.com/2010/08/purgatorio-cantos-1-10.html

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen