woensdag 5 januari 2011

100 dagen Dante (23): Niet alles goud wat blinkt

            Taciti, soli, sanza compagnia
            n'andavam l'un dinanzi e l'altro dopo,
            come frati minor vanno per via.
            (Inferno XXIII, 1-3)

Zonder verdere begeleiding van de duivels die met elkaar aan het kibbelen waren (wat Dante doet denken aan Aesopus’ fabel over de muis en de kikvors), lopen Dante en Vergilius samen verder, zoals minderbroeders achter elkaar over straat gaan (volgens oude commentatoren). Dante is bang dat de duivels, die behalve boosaardig nu ook woedend zullen zijn, en wil zo snel mogelijk weg, Vergilius, “mijn leidsman” (Lo duca mio) raadt zijn gedachten, sneller nog dan hij als spiegel Dante’s lichaam zou weerspiegeld hebben, en neemt Dante onder de arm en laat zich langs de rotsen omlaag glijden, de 6e ringgracht in. Daar kunnen de duivels hen niet achtervolgen omdat de Voorzienigheid (l'alta provedenza) hun macht heeft beperkt tot de 5e ringgracht.

In de 6e ringgracht bevinden zich de hypocrieten en in hun straf wordt hun zonde gesymboliseerd: schone schijn van buiten, zwaar en pijnlijk van binnen. Ze hebben een soort monnikenpijen aan met een kap tot over hun ogen, verguld van buiten waardoor ze schitteren, van binnen van lood, waardoor elke stap dodelijk vermoeiend is en ze maar langzaam vooruit komen.

Bij elke stap die Dante zet, loopt hij, door het snelheidsverschil, weer naast een andere schim. Nieuwsgierig vraagt hij Vergilius of er interessante gevallen tussen zitten. Hij wordt meteen op zijn wenken bediend door twee die zijn Florentijns (Toscaans) herkennen:

            E un che 'ntese la parola tosca,
            di retro a noi gridò: «Tenete i piedi,
            voi che correte sì per l'aura fosca!

Hou je pas in, jullie die zo rennen door de duisternis! Het blijken twee “vrolijke broeders” (fratres gaudentes) uit Bologna te zijn, leden van een geestelijke ridderorde die vrolijk worden genoemd omdat ze niet de verplichtingen kennen van reguliere kloosterordes. Deze Catalano en Loderingo waren, aldus het verhaal, aangesteld als burgemeesters van Florence om de vrede tussen de Welfen en Ghibellijnen te bewaren, maar achteraf bleek dat maar schijn en spanden de twee samen tegen een aantal families.

Nog veel zwaarder gestraft zijn degenen die (mede)verantwoordelijk zijn voor de dood van Christus, als eerste de schijnheilige Caiaphas:

[…]: «Quel confitto che tu miri,
consigliò i Farisei che convenia
porre un uom per lo popolo a' martìri.
Attraversato è, nudo, ne la via,
come tu vedi, ed è mestier ch'el senta
qualunque passa, come pesa, pria.
            (Inferno XXIII, 115-120)

(Vertaling: Frans van Dooren)
 De stoet met loden monnikspijen loopt dus over hem heen.De schoonvader van Caiaphas, Annas, en de andere leden van het Sanhedrin, die vanuit de joodse gemeenschap betrokken zouden zijn geweest, ondergaan dezelfde straf, als spiegeling van de kruisiging van Jezus Christus. Is het ironie dat Vergilius verbijsterd is door deze “mensonterende” straf (tanto vilmente ne l'etterno essilio).

Als Vergilius vraagt naar een doorgang, dan blijkt de hoofdduivel dus gelogen te hebben, want juist de brug over de 6e ringgracht is ingestort, maar gelukkig kunnen ze tegen het puin omhoogklimmen en dan hun tocht voortzetten.

2 opmerkingen:

  1. Een mooi initiatief, 100 dagen Dante. Voor mij een eerste kennismaking met Dante. Nu twee stukken gelezen en dit smaakt zeker naar meer. Snel naar dag één dus.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hallo Martie,

    bedankt voor je enthousiaste reactie. Veel leesplezier.

    Danny

    BeantwoordenVerwijderen