dinsdag 4 januari 2011

100 dagen Dante (22): "Een nieuwe klucht, o lezer, gaat ge horen"


We bevinden in Canto XXII ons nog steeds in de vijfde ringgracht van de achtste hellekring. Onze helden zijn onder begeleiding van tien duivels vertrokken om om de gracht heen te lopen en een oversteek te vinden van de poel met kokende pek, waarin de oplichters en rechtsverdraaiers zich bevinden. De hoofdman van de duivels, “die duchtig met zijn achterste trompetterde” (ed elli avea del cul fatto trombetta, XXI, 139), had daarmee het vertreksein gegeven, wat Dante aan het begin van XXII verleidt tot een vergelijking met een legerkamp dat zich opmaakt om ten strijde te trekken, maar zó’n merkwaardig vertrek had hij nog nooit waargenomen, en hij verwijst daarbij naar een slag tussen Welfen en Ghibellijnen (grofweg de steden Florence en Arezzo tegenover elkaar).

Gelijk dolfijnen, als ze een teken geven
aan ’t scheepsvolk door het krommen hunner ruggen,
dat dit bedacht moest zijn om ’t schip te bergen,
zo kwam soms, tot verlichting zijner pijnen,
een zondaar met de rug uit ’t pek naar boven,
en dook meteen, nog sneller dan de bliksem.
En ook, gelijk wel aan de zoom der poelen
de kikkers met de kop uit ’t water steken,
terwijl ze romp en poten onder houden,
zo zag ik overal de zondaars loeren;

Een van de zondaars komt even boven het oppervlak van de poel, maar krijgt daar al snel spijt van, want hij wordt door de een van de duivels met een haak opgevist en zwaar mishandeld (een stuk uit zijn arm gescheurd). Het gaat om een niet nader gespecificeerde Giampaolo uit Navarra die deze straf ondergaat vanwege zijn “vette-baantjeshandel” (baratteria, lett. bedrog, ambtsmisbruik).

Vergilius wil meer van hem vernemen, onder meer of er nog meer Italianen bij hem in het pek zitten, maar de duivels kunnen haast niet wachten om de zondaar aan stukken te scheuren. Giampaolo vermeldt nog een zekere pater Gomita, “een man die alle bedrog in zich verenigde” (vasel d’ogne froda), die – vanwege corruptie – door zijn superieur zou zijn opgehangen. Bij hem bevindt zich nog een Michel Zanche uit Logodoro, en samen raken ze niet uitgesproken over Sardinië. Een aantal van deze verwijzingen zijn wat duister, er is niet goed meer te achterhalen waarom precies zij hier worden genoemd.

Bedreven als hij is in handige praatjes en bedrog, weet Giampaolo aan de duivel slinks te ontsnappen, duikt hij snel weer onder in de pek, waardoor de duivels elkaar woedend te lijf gaan. Twee van hen komen op die manier zelf in het pek terecht en moeten door hun kornuiten eruit gevist worden, terwijl ze “in de brij reeds als gebraden waren” (ch'eran già cotti dentro da la crosta). Daarmee heeft ook canto XXII iets grotesks en kolderieks, ingeleid door de trompetterscheet van de hoofdduivel.

Dante en Vergilius maken zich met stille trom uit de voeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen