zaterdag 25 december 2010

100 dagen Dante (12): Hier wenen ze, staand in kokend bloed

Na de lange uiteenzetting over de opbouw van de hel, in canto XI, dalen Dante en Vergilius nu af, via een steile helling, in de zevende hellekring. Wat ze zien is afschuwelijk, zelfs het landschap is rotsachtig en lijkt het gevolg van geweld, alsof er een aardbeving heeft plaatsgevonden. Zou het komen doordat ooit Lucifer, met zijn opstandige engelen, door God het diepst van de aarde is ingeslingerd, waardoor de trechtervormige hel zou zijn ontstaan? Volgens Vergilius is de bergstorting mede veroorzaakt door de eerdere komst van Christus die zielen van de oudtestamentische hoofdrolspelers uit de handen van Dis heeft gered (zie ook eerdere toespelingen hierop in de Divina Commedia):

            toen beefde te alle kant de helle-diepte
            zo hevig, dat ’t heelal naar mijn gedachte
            de liefde voelde, die (als enklen menen)
            de wereld meer dan eens tot chaos maakte;
            (vertaling: Christinus Kops)

De eerste die ze aantreffen is de Minotaurus, half stier half mens, verwekt bij de gemalin van koning Minos, Pasiphaë, door een stier (die zij verleidde door plaats te nemen in een speciaal ontworpen houten koe), een van de oude, fantastische mythische verhalen. Wikipedia geeft een heel goede samenvatting en het is goed om dit verhaal te kennen om de toespelingen hier te begrijpen. Het verhaal van de Minotaurus is overigens tijdens oudheid en middeleeuwen talloze malen opnieuw verteld en uitgebeeld in de kunsten. Een uitgebreide versie is onder meer te vinden in de Metamorfosen van Ovidius (Boek VIII, vs. 131-182) en - hoe toevallig - ook in de Aeneïs van Vergilius (boek VI, vs. 1-45).

In de zevende hellekring treffen ze hem dus aan, de “schande van Kreta” (l'infamïa di Creti), geboren uit een nagemaakte koe (falsa vacca).

e quando vide noi, sé stesso morse,
sì come quei cui l'ira dentro fiacca.
Lo savio mio inver' lui gridò: «Forse
tu credi che qui sia 'l duca d'Atene,
che sù nel mondo la morte ti porse?
Pàrtiti, bestia, ché questi non vene
ammaestrato da la tua sorella,
ma vassi per veder le vostre pene».

Toen het ons zag, beet het zichzelf, als iemand die zich opvreet van woede, in zijn eigen vlees. Mijn wijze leidsman schreeuwde het ondier toe: “Denkt ge misschien dat hier de Atheense held [= Theseus] voor u opdoemt die u daarboven in de wereld heeft gedood? Verdwijn, afschuwelijk beest! Want deze man komt niet hierheen op aanwijzing van uw zuster [=Ariadne, eveneens dochter van Pasiphaë], maar hij is onderweg om de straffen van de hel te aanschouwen [letterlijk: jullie straffen]” (vertaling: F. van Dooren)

Het aardige is ook dat we voor het eerst expliciet te lezen krijgen waarom Dante eigenlijk in de hel afdaalt. Kops vertaalt Atheens “prins”, wat iets letterlijker is, maar in het algemeen is hier de vertaling van Van Dooren superieur qua helderheid en aanschouwelijkheid. Getriggerd door “la morte ti porse” (Kops vertaalt “de dood injoeg”, Van Dooren “[heeft] gedood”) probeerde ik de betekenis van porse te achterhalen. Na enig speurwerk blijkt het een werkwoordsvervoeging te zijn uit de passato remoto (een werkwoordstijd vergelijkbaar met de Franse passé simple) van porgere, “(aan)reiken, toesteken”. Letterlijk dus: “die je … de dood aanreikte”. Eigenlijk wel mooi gezegd dus. Het loont, als je ertoe in staat bent, om af en toe ook het Italiaans zelf aandachtig te lezen!

Dante en Vergilius dalen verder af en net als in een van de eerdere canto's wordt duidelijk dat Dante, als levende, bijzonder effect heeft op zijn omgeving, in tegenstelling tot de gewichtloze zielen: zoals eerder een bootje pas echt gewicht leek te dragen op het moment dat hij erin stapte, zo blijken nu onder zijn voeten de rotsstenen beweeglijk, “om de ongewone zwaarte” (per lo novo carco).

Verder afdalend komen ze bij een kokende bloedrivier, waarin de zielen zich bevinden van “hen die hun medemensen door geweldpleging schaden” (che per vïolenza in altrui noccia). De brede rivier of gracht lijkt de gehele vlakte te omarmen waar de zielen verblijven. Zij worden bewaakt door centauren, half paard half mens, die volgens de overlevering redelijk gewelddadig waren en dus volgens Dante de ideale bewakers van de moordlustige zielen.

            Dintorno al fosso vanno a mille a mille,
saettando qual anima si svelle
del sangue più che sua colpa sortille.

Zij omrennen met duizenden en duizenden langs de stroom, terwijl ze pijlen afschieten naar alle zielen die zich verder uit het bloed omhoogwerken dan hun zondeschuld het veroorlooft.
(vertaling: F. van Dooren)

Ze bejegenen ook Dante en Vergilius agressief, maar Chiron, leider van de centauren, merkt dat Dante geen gewone schim is, hij ziet dat alles beweegt wat door Dante wordt aangeraakt. Vergilius vertelt aan Chiron dat ze hier met een speciale missie zijn, gezonden door een gelukzalige vrouw (Beatrice dus), en hij vraagt Chiron om een begeleider die hen door dit gebied heen leidt tot aan de plaats waar zij de stroom kunnen oversteken. Dat wordt Nessus, een andere, uit de mythologie bekende centaur. En zo trekken zij verder.

Uit de “borrelende bloedrivier” stijgen “hartverscheurende kreten” (alte strida) op van hen die gekookt worden:

Ik zag er in het bloed tot aan hun wenkbrauw,
en ’t grote paard-mens zei: “Dit zijn tirannen,
die zich op aarde aan bloed en goed vergrepen.
Hier wenen ze om hun godvergeten gruwlen.
            (vertaling Christinus Kops)

Ook hier weer tijdgenoten en bekende figuren uit mythologie en geschiedenis – onder hen Attila de Hun, de schrik van Europa in de 5e eeuw. Niet altijd is meteen duidelijk om wie het gaat; soms zijn commentatoren het daarover ook niet eens. Het doet niets af aan de poëtische schildering door Dante van hun gruwelijke lot. Sommigen staan tot aan hun keel in het kokende bloed, anderen slechts met hun voeten, al naargelang de ernst van hun misdaden.

En weer merkt Dante vol ironie op dat hij heel wat van deze zondaars herkent, het is de zoveelste bittere verwijzing naar zijn eigentijdse vijanden. Op het laagste punt steken zij de stroom over.

De illustraties zijn afkomstig uit een Italiaans kinderboek, waarin deze "avonturen" in een moderne en verkorte versie worden herverteld. Het boek is verschenen in een reeks waarin ook Robin Hood en de Odyssee zijn uitgegeven:
Alighieri, Dante; Divina Commedia [strip]: L'immortale racconto di Dante Alighieri; testi di Piero Selva. Milano: Dami Editore, 1989, 1e druk. Hard Cover. ISBN 8809601637.

 


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen