woensdag 15 december 2010

100 dagen Dante (3): Laat alle hoop varen

Een van de regels die mij altijd het meest is bijgebleven van de Divina Commedia is te vinden in Canto III van Inferno:

            Lasciate ogne speranza, voi ch’intrate

Laat alle hoop varen, gij die hier binnentreedt. Het is een zinsspreuk die niet zou misstaan op de poort van menige hel op aarde die we als mensen soms veroorzaken. In de Divina Commedia is het de laatste zin van het opschrift boven de poort, die verder nog vermeldt dat “ik” (de poort dus) ingesteld is door God in de hemel en dat men via deze poort de “droeve stad der smarten” binnengaat, de “wereld der verdoemden”.

Nu wordt het pas echt leuk, we gaan de hel echt binnen. Vergilius licht nog toe dat je hier de droeve zielen zult aanschouwen, “hen, die het hoogste geestesgoed verloren”, namelijk de aanschouwing van God: che tu vedrai le genti dolorose / c’hanno perduto il ben de l’intelletto. Intellect is hier synoniem voor die ultieme aanschouwing van het hoogste mysterie. Het binnentreden van de hel onder begeleiding van Vergilius (in moderne termen: een soort goeroe) heeft veel weg van een (spirituele) inwijding:

            E poi che la sua mano a la mia puose
            con lieto volto, ond’io mi confrontai,
            mi dise dentro a le segrete cose.

Vergilius neemt Dante dus bij de hand, wat door sommige commentatoren als speciaal gebaar wordt gezien, en brengt hem met blij gelaat binnen in de (wereld der) “geheime dingen”. Dit rituele karakter komt terug ook aan het einde van Canto III, waar Dante op mysterieuze wijze de dodenrivier Acheron oversteekt: storm en bloedrood licht maken dat hij buiten zinnen raakt en door een soort slaap overmeesterd wordt.

Degenen die zich in de hel bevinden, ondergaan veelal de gruwelijkste straffen, die Dante in geuren en kleuren schildert – dat maakt voor een deel de aantrekkelijkheid uit van De Hel. In canto III stuiten we eerst op de lafhartigen, die nog buiten de eigenlijke 9 ringen van de hel geplaatst zijn vanwege hun lafheid: zij hebben noch voor het goede noch voor het kwade gekozen:

            Die laffe geesten, die nooit waarlijk leefden,
            ze liepen naakt en werden fel gestoken
door muggen en door wespen (vespe), die daar gonsden.

Het bloed liep stromend langs hun aangezichten
en viel, vermengd met tranen, aan hun voeten,
waar ’t opgezogen werd door vuile wormen.

Onder hen bevinden zich ook de engelen die in de strijd tussen God en Lucifer (geïdentificeerd met de satan) afzijdig zijn gebleven. Het doet denken aan de bijbelse woorden “gij waart koud noch heet”, wat met laffe afzijdigheid wordt gelijkgesteld.

Caccianli i ciel  per non esser men belli,
né lo profondo inferno li riceve,
ch’alcuna gloria i rei avrebber d’elli

De hemel stoot hen uit, opdat zijn luister
niet minder wordt; de hel laat hen niet binnen,
opdat zij niet tot roem der zondaars strekken.

Een grappige toespeling is dat Dante in de lange voorbijtrekkende stoet een bekend gezicht tegenkomt (een tijdgenoot) en dan hardop bedenkt dat dit inderdaad de stoet van slappelingen en lafhartigen moet zijn. Er is veel discussie over wie dat dan zou moeten zijn, de oudste en meest klassieke verklaring is dat het zou gaan om een eigentijdse paus die er na enkele maanden het bijltje bij neergooide en afstand deed van het paussschap met volgens Dante rampzalige gevolgen (che fece per viltade il gran rifiuto). Andere commentatoren zien een verwijzing naar Esau of Pilatus.

Vervolgens komen Vergilius en Dante bij de Acheron, de brede dodenrivier uit de oudheid. Daar staat een stoet mensen te drommen die staan te popelen om hun lot in de hel tegemoet te gaan, zij kunnen hun lot niet ontlopen en wachten ongeduldig op de voltrekking. De veerman Charon, eveneens uit de klassieke mythologie, komt hen tegemoet gevaren. Hij schreeuwt afschuwwekkend naar de doden:

            Want halen kom ik u naar de andere oever,
            naar vuur en ijs en eeuwge duisternissen.

Hij maant Dante, een nog levende, om te maken dat hij weg komt: hij moet via een andere weg deze rivier over, maar Vergilius antwoordt dat dit de wil is van hogerhand:

            Dáár wordt het zo gewild, waar ieder willen
            ook kunnen is (dove si puote / ciò che si vuole)

Vergilius licht toe wat er aan de hand is en waarom Charon zo slechtgehumeurd lijkt, en dan begint plotseling de aarde te beven, uit de afgrond van de hel loeit een storm naar boven en Dante lijkt zijn bewustzijn (“beroofd van al mijn zinnen”) te verliezen, wat – zoals hierboven al opgemerkt – erg doet denken aan een mystieke inwijding.

Bij één passage moest ik, en ik zal echt niet de eerste zijn, denken aan een passage uit The Waste Land (1922) van T.S. Eliot, in het bijzonder de laatste regel:

Under the brown fog of a winter dawn,
A crowd flowed over London Bridge, so many,
I had not thought death had undone so many.

Behalve de stoet is het gebruik van het werkwoord undo opvallend als aanduiding van doen sterven, waaruit cynisme en zinloosheid blijken. In de Nederlandse vertaling van Kops komt die associatie al naar voren:

En achter ’t vaandel volgde een sleep van volkeren [nl. de lafhartigen die niet echt leven, DH]
zo lang, zo lang, dat nooit naar mijn gedachte
de dood zovelen ’t leven had ontnomen

Als je echter het Italiaanse origineel leest, dan is de overeenkomst nog veel duidelijker:

e dietro le venía sí lunga tratta
di gente, ch’i’ non averei creduto
che morte tanta n’avesse disfatta

Fare, “doen”; disfare, “ontdoen”, undo. Deze overeenkomst komt niet helemaal uit de lucht vallen, omdat van T.S. Eliot bekend is dat hij veelvuldig ontleende aan of toespelingen maakte op oudere teksten, waaronder Dante (zijn andere bekende gedicht, The Love Song of J. Alfred Prufrock, heeft als motto een citaat uit de Divina Commedia).

In canto III komen steeds meer passages voor die moeilijker te volgen zijn, er blijkt soms toch wel een grote afstand tussen 21e-eeuws Nederlands en 14e-eeuws Italiaans. Soms helpt de toelichting in de Italiaanse editie nog, maar soms ook moet ik er echt een van de vertalingen bijpakken, omdat na drie keer overlezen de betekenis nog steeds niet helder is. Dat doet overigens niets af aan de grote belevenis die dit lezen is en het genot van de soepele Italiaanse dichtregels. Hardop lezen versterkt dat effect nog, dan krijgen het rijm en de andere klankeffecten van het Italiaans nog meer inhoud en vergroten ze het leesplezier.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen